Het geslacht Odontoglossum was ooit tamelijk groot, maar altijd al aan inkrimping onderhevig. Recentelijk zijn op basis van DNA-onderzoek de laatste soorten in andere geslachten ingedeeld, vaak in het geslacht Oncidium. Dit artikeltje gaat over ťťn daarvan, Oncidium cirrhosum (syn. Odontoglossum cirrhosum). Om de geografische herkomst maar vooral de oorspronkelijke habitat aan te geven en daarmee de kweekwijze (‘kweken als Odontoglossums’), heb ik het in dit artikel over ‘Andes-Oncidiums’.

Blijven proberen
Mijn eerste Andes-Oncidium kocht ik in 2013, als beginnend hobbyist.
Een O. cirrhosum, want dat leek me de mooiste soort, met zulke fraaie witte bloemen. Binnen twee maanden was de plant dood, volledig door mijn eigen onkunde. Dus toen ik op de NOV-lustrumdag in 2016 een volwassen plant tegenkwam, wist ik meteen welke soort het was en kocht ik ‘m onmiddellijk. Ik wilde het gewoon nog eens proberen, nu gewapend met iets meer kennis en ervaring. Die plant heb ik opgepot in een mengsel van ľ sfagnum en ĺ bark. In een transparante pot, want zo kon ik goed aan het sfagnum zien of dat in de juiste mate ‘licht vochtig’ zou zijn.

De eerste maanden goot ik vooral langs de randen. Zo hoopte ik de wortelgroei te stimuleren en ook dat kon ik goed volgen – belangrijk omdat deze soorten niet gemakkelijk wortelen. Overigens, qua verzorging geef ik mijn orchideeŽn het hele jaar door regenwater, aangevuld met een beetje meststoffen. Als plek voor overwintering kwam de bijkeuken in aanmerking, met voldoende licht, dat ik kan afschermen met een glasgordijn, en een temperatuur in de winter dagelijks variŽrend van ruwweg 13 tot 18 graden. Ideaal voor zo’n koele soort! Kort na aankoop verscheen een nieuwe scheut, enige tijd later gevolgd door nummer twee. Het zag er hoopgevend uit.

Slotgracht
Om die ‘hoop’ beter te begrijpen moet je weten hoe hun natuurlijke habitat eruitziet. Alle Andes-Oncidiums groeien in de nevelwouden van het Andesgebergte, op verschillende hoogtes. Oncidium cirrhosum komt voor in Zuid-Colombia en Ecuador, ruwweg tussen 1.800 en 2.200 meter hoogte. Het is daar het hele jaar nevelig, vochtig en frisjes. Er is volop licht maar niet bijzonder veel directe zonneschijn. Andes-Oncidiums kunnen slecht tegen zon en warmte. Met wind en lagere temperatuur hebben ze daarentegen geen probleem. In Nederland is de herfst het eigenlijke groeiseizoen voor deze soort, evenals het voorjaar. In de winter gaat de groei gewoon door, maar op een lager pitje.
In de zomer verwachtte ik de grootste uitdaging, vooral op tropische dagen. Gelukkig kan ik dan de plant in mijn woonkamer met grote raam op het zuiden plaatsen, achter de luxaflex. Het bleef een gok, maar ik weet dat het binnenshuisook bij een niet te lange hittegolf niet boven de kritische grens van 25 graden uitkomt. Met veel nevelen en schietgebedjes hoopte ik de plant over te houden.
Maar om mijn kansen verder te verbeteren moest ik zorgen voor een nachtelijke temperatuurdaling zoals die in de Andes voorkomt. Die kent mijn huiskamer ’s zomers niet. Er zat maar ťťn ding op: mijn O. cirrhosum moest ’s nachts naar buiten. Dus regelde ik een grote, lage plastic bak waarin een andere plastic bak past die groot en hoog genoeg is voor mijn O. cirrhosum en andere koele soorten. Deze vreemde ‘slotgracht-constructie’ is bedoeld om in de buitenste bak een laagje water te laten staan teneinde hongerige slakken, pissebedden en .

dergelijke weg te houden en tegelijkertijd wellicht een iets hogere lokale luchtvochtigheid te krijgen. Voorwaarde was natuurlijk dat de planten elke ochtend weer op tijd naar binnen zouden verhuizen, voor de zon te hoog stond. Ook moest ik waken voor nachtelijke slagregens en dergelijk onheil.
Samengevat: op erg warme dagen zette ik mijn O. cirrhosum overdag binnen en ’s nachts buiten. De omgekeerde wereld leek het wel en de buren lachten zich suf. Een geluk bij een ongeluk was dat in 2017 de hoogzomer relatief fris en bewolkt verliep. Een ramp voor mijn andere soorten, maar een meevaller voor mijn koele soorten. Die konden vaak buiten in de schaduw staan en tevens buiten overnachten, in hun vesting!

Lang gewacht
Eind mei 2017 werd de eerste nieuwe bulbe goed zichtbaar tussen de inmiddels lange, weelderige schutbladeren. De tweede bulbe verscheen niet veel later. Ik kreeg goede hoop dat er een paar maanden later een bloemstengel zou komen. Twee wellicht? Drie mocht ook nog. Medio september was het zover en zag ik een bloemstengel-in-wording verschijnen aan die eerste nieuwe bulbe. Bij de andere bulbe verscheen kort daarna een nieuwe scheut in plaats van een stengel. Jammer, maar helaas. Die ene stengel groeide gelukkig gestaag, evenals trouwens die nieuwe scheut. Wie schetst echter mijn verbazing toen met kerst de volgende stengel tevoorschijn kwam, op diezelfde tweede bulbe die inmiddels al een halfvolwassen bulbe van de volgende generatie had voortgebracht. Stengel nummer twee leek er zin in te hebben en begon aan een inhaalrace.
Maar het verhaal was nog niet uit! Want bij genoemde jonge bulbe van de volgende generatie verscheen begin maart 2018 de derde bloemstengel! En die leek zelfs nůg sneller te willen groeien om de inmiddels 1,20 m lange oudste stengel in te halen. Toevallig ontdekte ik hierbij iets interessants. Bloemstengels groeien uit de oksel van het bovenste schutblad. En die bovenste schutbladen, ťťn links en ťťn rechts, zijn niet even groot. In alle drie de gevallen kwam de stengel uit het lŠngste bovenste schutblad. Dat had ik nog nergens gelezen en dat was, voor mij althans, een nieuw feitje. Weer wat geleerd, voor een volgende zoektocht naar nieuwe stengels.

Daarna kwam er schot in, het werd goed weer en de oudste stengel begon knoppen te vertonen. Twaalf stuks. Eind mei was het lange wachten voorbij en stonden de eerste, 9 cm grote, heerlijk geurende bloemen te bloeien. Een week later gevolgd door acht bloemen aan de tweede stengel. Prachtig gewoon!

Ter afsluiting
Ik heb gaandeweg veel geleerd over de cultuur van Andes-Oncidiums. Eigenlijk ben ik wel een beetje trots dat het mij als kasloze kweker gelukt is om deze soort succesvol te doen groeien en bloeien, ondanks het geringe aantal bloemen. Kaskwekers halen namelijk gemakkelijk het dubbele aantal. Toch, terugkijkend vind ik het allemaal de moeite waard, deze ‘anderhalf jaar in het leven van een orchideeŽn aficionado’. Ik zou zeggen, probeer het ook eens!

Literatuur
Odontoglossum, Monographie und Ikonographie, van Leonore BockemŁhl, 1989. Duits- en Engelstalige verhandeling van 58 soorten die toen deel uitmaakten van het geslacht Odontoglossum